Zonder IJsbrand Rogge had de carrière van Janwillem van de
Wetering er misschien heel anders uitgezien. De twee ontmoetten elkaar in 1958
in Kobe, Japan. Van de Wetering kwam daar in dat jaar per schip aan en reisde
al na een paar dagen door naar het klooster in Kyoto, waar hij langere tijd zou
verblijven. IJsbrand woonde en werkte in Kobe voor een Nederlandse bank.
Daarnaast was hij zijn leven lang een enthousiast filmer en fotograaf. Veel van
het werk dat hij maakte is terug te vinden op het youtube kanaal waarmee
hij bekendheid in Azië verwierf. Mensen kijken graag naar dit zeldzame oude
materiaal.
Nu woont Rogge in Amsterdam, in een huis vol herinneringen.
De lange wanden in zijn huis zijn volledig gevuld met boeken, knipselmappen en
fotoalbums. In deze woonkamer was in de jaren zestig de galerie gevestigd die
hij samen met zijn moeder runde. Het was een roerige tijd, niets was te
gek. Jan Cremer was een van de kunstenaars die hier exposeerde. Zijn enorme
schilderij ‘Japanse oorlog’, heeft hier nog gehangen. Rogge sloeg er de suite
voor uit het huis, zodat het precies tussen de twee schoorsteenmantels paste.
En de ook toen al beroemde dichter Simon Vinkenoog opende de expositie. De galerie stopte na de verschijning van het
Manifest over Niets en een bijbehorende expositie NUL. Daarin werd gesteld dat
een schilderij net zoveel waard was als geen schilderij. Op de tentoonstelling
was dus niets te zien, laat staan dat er iets te verkopen viel. Rogge: ‘In feite toonden we niets en vertelden dat
aan de toevallige bezoeker die voor niets aan de deur kwam. Eigenlijk waren wij
helemaal geen lieden die kunst aan de man konden brengen. Daar moet je ook
aanleg voor hebben. Ik geloof niet dat we enig schilderij ooit aan de man
brachten.’
Hij zou zijn geld daarna op een andere manier verdienen.
Al ver daarvoor, tussen 1949 en 1960, werkte Rogge voor een
Nederlandse bank in Hongkong en in Kobe. Hij maakte er carrière maar wist ook
dat geld was niet zijn grote liefde was. Op youtube laat hij zien hoe het er
was, en vertelt dat de rustige straten van toen er niet meer zijn omdat alles
is volgebouwd. Rogge filmde in een zenklooster en maakte daar de foto die
voorop het eerste boek van Van de Wetering werd gepubliceerd. Het boek dat ze
samen zouden maken is er nooit gekomen.
Rogge had Van de Wetering leren kennen bij de Nederlandse consul in West-Japan, W.H. de Roos en zijn vrouw
Tine. Eind jaren vijftig woonden er ongeveer tweehonderd Nederlanders in
Japan en soms werden nieuwkomers door hem met elkaar in contact gebracht. Rogge: ‘Ik heb nog geprobeerd om Janwillem over te halen niet naar
dat zenklooster te gaan. Zelf was ik erg bezig met Subud, een geestelijke
stroming uit Indonesië. Maar ik had geen schijn van kans.’
Janwillem reisde door naar Kyoto en daarna ontmoetten ze elkaar zo nu en dan in het huis van de kanselier in Kobe. In datzelfde huis begon Van de Wetering aan het beschrijven van zijn ervaringen in het klooster. Rogge weet vrij zeker dat er verschillende versies van het boek geweest zijn: ‘Aanvankelijk was hij er niet tevreden over en heeft hij alles verscheurd. Die lichte toon, die had het eerst niet. ’
Janwillem reisde door naar Kyoto en daarna ontmoetten ze elkaar zo nu en dan in het huis van de kanselier in Kobe. In datzelfde huis begon Van de Wetering aan het beschrijven van zijn ervaringen in het klooster. Rogge weet vrij zeker dat er verschillende versies van het boek geweest zijn: ‘Aanvankelijk was hij er niet tevreden over en heeft hij alles verscheurd. Die lichte toon, die had het eerst niet. ’
Eenmaal terug in Amsterdam, ongeveer vijftien jaar later,
hoorde Rogge een radioprogramma over Jan Wolkers en diens internationale
ambities. Het irriteerde hem en besloot tot actie over te gaan: ‘Ik heb toen
een brief naar de omroep geschreven waarin ik zei dat het schandalig was dat er
geen aandacht werd besteed aan een Nederlands literair talent waar Time een
hele pagina aan had gewijd, namelijk Janwillem van de Wetering. Dat bracht het
balletje aan het rollen. Parool maakt een groot interview met Janwillem en
daarna werd hij ontdekt door de media. Janwillem is me er altijd dankbaar voor
geweest. Tot in het midden van de jaren tachtig hebben we met elkaar
gecorrespondeerd. Daarna verwaterde het contact.’
In 1990 was hij weer in Kyoto. Rogge: ‘Ik herkende het niet
meer. Vroeger waren er veel kleine weggetjes, met houten huisjes, heel leuke
zaakjes had je er. Overal waren tempels. De beroemde rock-garden was er toen
ook al, daar zat je dan in je eentje. Nu hadden ze er een groot vegetarisch
restaurant en zaten er wel dertig mensen op een rij in het zand te
staren.’

Geen opmerkingen:
Een reactie posten