Een biograaf gaat graag op zoek naar grote lijnen en
samenhang in het leven van zijn of haar hoofdpersoon. Voor Janwillem van de
Wetering was het leven een reeks van toevallige gebeurtenissen, waar op ieder
moment een einde aan kon komen. Daar denk ik over na als ik op een
vrijdagochtend in februari van Amsterdam CS naar Buitenveldert fiets. Langs de Wibautstraat,
waar Van de Wetering veertig jaar eerder op zijn Harley Davidson overheen
scheurde.
Ik heb afgesproken met een archivaris die zijn eigen
exemplaren van Saddharma aan me uitleende. Saddharma was het tijdschrift van de vrienden van het
boeddhisme en de voorloper van het huidige Boeddhamagazine. Van Wetering was in
de jaren zeventig gedurende een korte periode redacteur van het tijdschrift.
Hij zorgde ervoor dat er van een stapeltje stencils een echt tijdschrift
gemaakt werd. Van de Wetering woonde in die tijd in Buitenveldert.
De Nijenrodeweg, waar Van de Wetering zelf woonde, is in de
politieromans ook de woning van De Gier. Die leeft daar alleen, met zijn kat,
weg van de hectiek van de binnenstad. Hij heeft een vriendin die af en toe een
paar dagen bij hem logeert. De flat en
het park ervoor komen me bekend voor, doordat ze in in Een dode uit het Oosten zo natuurgetrouw beschreven zijn. Het is
net alsof ik er al eerder geweest ben. Datzelfde gevoel had ik toen ik het
terrein van de zengemeenschap in Maine betrad.
In Een dode uit het
Oosten is de dood van de vriendin van De Gier een sleutelmoment. Als De Gierna een lange
werkdag met de bus en tram naar huis
gaat, mijmert hij over een prelude die hij op het werk met Grijpstra
speelde:
De prelude was door de dood
geïnspireerd, met het zekere voorgevoel
van de mens die weet, iedere dag weer dat zijn bestaan zal ophouden en dat hij
eens de sprong zal moeten nemen. Alleen in een klein bootje op een grot zwart
meer met een zilveren schijnsel aan de horizon.
De
Gier stapt uit bij het Gijsbrecht van Aemstelpark, loopt over het bruggetje en
ziet dat er iets aan de hand is op de brede weg die hij over moet steken om bij
zijn huis te komen. Hij vraagt aan een politieman wat er is gebeurd. Die vertelt
hem dat er een vrouw is overleden. Aangereden omdat ze achter een kat aan
rende. De kat moet nog steeds ergens in het park zitten. De Gier weet
onmiddellijk dat de dode vrouw zijn vriendin Esther is. Het verfomfaaide lijk dat nu
in een politie-ijskast geschoven werd was een mooie vrouw geweest, met een
lange hals, lange benen en bijna onmogelijk dunne enkels die in zijn hand
pasten. Hij gaat op zoek naar de kat en vindt die achter een elzenbosje. Hurkt en
streelt het natte vel, voelt zijn gebroken ribben. Hij schiet de kat dood met
een kogel achter zijn oor. Daarmee is hij alles wat hij lief heeft, kwijt.
"Je moet nergens in geloven, je met niets vereenzelvigen en dat blijven proberen", zei Van de Wetering in een vraaggesprek over het boek.
"Je moet nergens in geloven, je met niets vereenzelvigen en dat blijven proberen", zei Van de Wetering in een vraaggesprek over het boek.
Een dode uit het
Oosten is een van de interessantste boeken van Van de Wetering, omdat bijna
alles wat hem fascineerde er in aan bod komt. In het verhaal gaat De Gier mee
met de commissaris naar Japan, om er een bende criminele yakusa uit te
schakelen, maar ook om te herstellen van het verlies van zijn vriendin en niet
te vergeten zijn kat. Maar het verhaal draait uiteindelijk om de twee
hoofdpersonen: de commissaris en de Daimyo, hoofd van de yakusa, De energie
tussen hen bepaalt het verloop van het verhaal, meende Van de Wetering. Dat is
belangrijker dan het plot. Alles is immers toeval.
De archivaris die ik opzoek heeft Van de Wetering zelf niet
gekend. Hij vertelt me over Buitenveldert, waar opvallend veel Japanners wonen
vanwege de Japanse bedrijven die even verderop gevestigd zijn. Verder is het opvallend dat er traditioneel
geklede joden op straat lopen, en er is joodse school, een joods ouderencentrum
en een synagoge. Van de Wetering voelde zich met beide groepen mensen
verbonden. Voelde hij zich om die reden thuis in Buitenveldert? ‘Ik denk dat
het toeval is’, zegt de archivaris. "Tijdens zo’n onderzoek moet je
er op letten dat je geen verbanden ziet die er niet zijn."

Dank je voor de interessante artikelen over Janwillem van de Wetering.
BeantwoordenVerwijderen"Tijdens zo’n onderzoek moet je er op letten dat je geen verbanden ziet die er niet zijn."
BeantwoordenVerwijderenIdd. Het is heel verleidelijk alles met alles te verbinden. Tegelijk: in andere wijken zou VDW zich mss niet thuis hebben gevoeld? Woonde hij lang in BUitenveldert?
Maine, ook interessant. Daar woont Stephen King.