Het dagende niets
verscheen in 1973 en is gebaseerd op een aantal bezoeken aan de Moonspring
Hermitage in Surry, Maine. In december 1968 gaat Janwillem van de Wetering daar
voor het eerst naar toe om er aan mee te doen doen aan Rohatsu, de intensieve
meditatieweek voorafgaand aan 8 december – een belangrijke week in ieder
zenklooster.
De studenten mediteerden in Surry in een speciaal daarvoor
ingerichte ruimte in de boerderij van Nowick, en later in een huis elders op
het terrein. Pas in 1971 werd de zendo gebouwd die beschreven is in Het dagende Niets. Door de jaren heen
kwamen er verschillende mensen voor een korte of langere periode langs om te
onderzoeken of zen iets voor ze was. In december 1973 woonde Janwillem van de
Wetering in een van de houten hutjes op het terrein, ter gelegenheid van
Rohatsu. Hij deelde die plek met de man die de Japanse tuinen had aangelegd.
Een daarvan lag achter achter het huisje, hij droomde er af en toe in rond. Hij
schrijft in een brief aan Juanita dat er veel mensen die hij kende zijn
verdwenen. En dat degenen die zijn overgebleven willen dat ‘jij en ik alles
opgeven en hier komen wonen.’ Hij voelt er niets voor, schrijft hij Juanita, maar zegt dat niet
hardop. In 1975 verhuisde het gezin hier naar toe.
Het terrein van de zengemeenschap is prachtig. Het ziet er
Japans uit door de houten gebouwen met overhangende daken en een
karakteristieke boom die mee is gegroeid met de wind. Hier en daar staan er
narcissen die net zijn uitgekomen. Er loopt een slingerend pad tussen de weg en
de zendo, dwars door een bos dat sprookjesachtig aandoet. De zendo zelf is ruim. Aan weerszijden zijn
er houten banken van ongeveer 75 centimeter hoog. Daarop liggen
meditatiekussens. In het midden is een verhoging waar ook nog mensen kunnen zitten.
Al met al is er plaats voor ongeveer dertig mensen. Vooraan is een klein altaar
ingericht met daarop een boeddha met een zwaard.
Dit is dus de plek waar Janwillem van de Wetering zoveel
uren doorbracht in stilte. In slaap sukkelde. De andere mediterenden
observeerde. Zijn koan oploste.
Er wordt op deze plek nog steeds gemediteerd. De Moonspring
Hermitage bestaat niet meer, maar de Morgan Bay Zendo biedt iedere
zondagochtend de mogelijkheid om te mediteren en organiseert korte retraites.
Na de meditatie proberen we een van de mostuinen in het bos
bladvrij te maken. Middenin staat een beeld van Kwannon. Het is gemaakt door
Leonore Strauss, schrijfster en beeldhouwster en een van de eerste zenstudenten
van Nowick. Ze moet een krachtige
persoon geweest zijn. Mensen waren onder de indruk van haar. Als zij meende dat
iets goed was, volgden mensen haar. Ze
zou in een van de boeken van Van de Wetering figureren. Buitelkruid misschien, waarin een dame op een boot in Amsterdam
woont, met dure tapijten, veel beelden en giftige planten. Of Drijflijk, met daarin Lorraine als
natuurvrouw en vriendin van De Gier.
De lucht trekt dicht, het wordt donker. Als ik wegloop kom ik een jongen tegen die ik zondag ook al ontmoette. Mager, met lange rode dreads, een grote muts met oorkleppen en een gewatteerd houthakkershemd. Een wat verlegen techniekstudent die geïnteresseerd is in het boeddhisme. Hij woont tijdelijk in een van de huisjes en werkt wat in de tuinen. Hij zou hier altijd wel willen blijven.
Janwillem van de Wetering
nam uiteindelijk nadrukkelijk afstand van de zengemeenschap en van
Walter Nowick. Hij zei zelfs spijt te hebben van zijn boek Het Dagende Niets, omdat hij daarin het leven in de zendo te
positief beschreven had.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten